Inkomstenbelasting

1 10 11 12

Stamrecht: de regels op een rij

Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft op verzoek van de Tweede Kamer de voorwaarden rond het bestaand stamrecht in een brief uiteengezet.

De brief van Weekers schept duidelijkheid in de discussie over de datum waarop de ‘oude’ stamrechtregeling vervalt. Aanspraken die aan de volgende drie voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor de toepassing van het overgangsrecht voor de stamrechtvrijstelling:

1: Overeenkomst
Vóór 1 januari 2014 moet een stamrechtovereenkomst getekend zijn. Uit de overeenkomst moet duidelijk blijken dat de werkgever aan zijn werknemer een aanspraak toekent op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon, of een aanspraak op periodieke uitkeringen die ingaan bij het overlijden van de werknemer en toekomen aan zijn echtgenoot of kinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt. De periodieke uitkeringen mogen niet later ingaan dan in het jaar waarin de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Dit is conform de wettelijke regeling voor de stamrechtvrijstelling.

2: Bij wet aangewezen aanbieder
Uit de overeenkomst dient tevens te blijken dat het bedrag ter financiering van de aanspraak bij een in de wet aangewezen aanbieder wordt ondergebracht.

3: Ontslagdatum
Op 31 december 2013 dient de ontslagdatum vast te staan. Dit betekent niet dat de ontslagdatum in 2013 gelegen dient te zijn. Het ontslag moet wel aangezegd zijn vóór 1 januari 2014 en binnen een korte termijn uitgevoerd worden. Van een korte termijn is volgens Weekers in ieder geval sprake als het gaat om de wettelijke opzegtermijn, met een maximum van 6 maanden, dus tot uiterlijk 30 juni 2014. Aanmelding van een sociaal plan bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is niet van belang voor de afbakening, omdat een stamrechtaanspraak ook buiten een sociaal plan toegezegd kan worden.

80%-regeling
Om nog gebruik te kunnen maken van de 80%-regeling in 2014 geldt dat het bedrag ter financiering van het stamrechtaanspraak vóór 15 november 2013 door de werkgever moet zijn overgemaakt. Deze regeling houdt in dat 80% van de uitkering in box 1 wordt belast, het resterende deel is belastingvrij. De na 15 november vastgelegde stamrechtaanspraken komen niet meer in aanmerking voor de 80%-regeling.

Lees ook:
Weekers snijdt laatste stamrecht-bv’s de pas af

Bron: P en O Actueel

Na echtscheiding betaalde uitgestelde bruidsschat kwalificeert als afkoopsom voor alimentatie

Het Soennitische Religieuze Hof in Beiroet bevestigt op 1 oktober 2009 de echtscheiding van een man en een vrouw. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de na de echtscheiding door de man aan zijn ex betaalde uitgestelde bruidsschat aftrekbaar is als afkoopsom voor alimentatie.

 

Het stel trouwt op 25 maart 2008 te Libanon. Op 1 oktober 2009 bevestigt het Soennitische Religieuze Hof in Beiroet de echtscheiding. Bij hun huwelijk was een ‘delayed dowry’ (uitgestelde bruidsschat) van 200 Engelse gouden ponden afgesproken. De man betaalt dat bedrag aan haar uit in euro’s en brengt het bedrag van € 28.800 in zijn aangifte IB 2009 in aftrek als afkoopsom voor alimentatie. Als de inspecteur de aftrekpost weigert gaat de man in beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het hof beslist dat het aannemelijk is dat de tussen man en de echtgenote overeengekomen ‘delayed dowry’ tot doel heeft om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de echtgenote na de beëindiging van het huwelijk. Daar doet volgens het hof niet aan af dat de verschuldigdheid al bij het aangaan van het huwelijk is overeengekomen, omdat de mogelijkheid zeer reëel is dat de echtgenote behoefte heeft aan een voorziening voor haar levensonderhoud bij beëindiging van het huwelijk, of dat nu door echtscheiding of door overlijden van de man is. Aangezien de voorziening in het levensonderhoud bij uitstek vraagt om periodieke uitkeringen en/of verstrekkingen, acht het hof het aannemelijk dat de eenmalige betaling om in het levensonderhoud te voorzien in de plaats komt van periodieke uitkeringen en/of verstrekkingen. De betaling aan de ex-echtgenote is volgens het hof dan ook aan te merken als een afkoopsom van dergelijke periodieke uitkeringen en verstrekkingen.

 

Bron: Pleinplus

Voorlopige aanslag 2014

Vanaf begin november kunt u op de website van de Belastingdienst alles lezen over de voorlopige aanslag 2014.

Wilt u meer weten over de voorlopige aanslag 2014? Bijvoorbeeld:

  • Wanneer is het verstandig om uw voorlopige aanslag 2014 te wijzigen of stop te zetten?
  • Wanneer vraagt u een voorlopige aanslag 2014 aan?
  • Hoe kunt u een voorlopige aanslag 2014 wijzigen, stopzetten of aanvragen?

U leest het bij Voorlopige aanslag 2014

Het programma ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014’ is pas half november beschikbaar. Dit geldt ook voor het formulier ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014 voor buitenlandse belastingplichtigen’. Wanneer het programma en het formulier beschikbaar zijn, wordt dat gemeld op de website van de Belastingdienst.

Bron: Belastingdienst

Kamermeerderheid voor verlaging belastingtarieven

Het belastingtarief voor de hoogste inkomens gaat op termijn omlaag van 52 naar 49,5 procent. Ook de tarieven in de tweede en derde belastingschijf zouden dalen.

Dat meldt De Telegraaf. Volgens het dagblad komt het voorstel voor het verlagen van de tarieven van VVD en D66 en kan het rekenen op een meerderheid in de Eerste en Tweede Kamer.

De verlaging van het toptarief dient als compensatie voor maatregelen die vooral huizenbezitters met een hoog inkomen treffen, zoals de strengere hypotheekregels. Het plan wordt ook bekostigd uit het geld dat die maatregelen opleveren. Minister Blok zou wel voelen voor het plan. Hij komt binnenkort met een doorrekening.

De bedoeling is dat de tarieven vanaf 2018 in kleine stapjes omlaaggaan. Ruim twintig jaar later moet het einddoel zijn bereikt: 49,5 procent voor het toptarief en 38 procent in de tweede en derde schijf.

Bron: Accountancy Nieuws

Stamrecht-bv: uitkering ontslagvergoeding niet voordelig

Duizenden Nederlanders denken ten onrechte dat zij een belastingvoordeel zullen realiseren indien zij hun ontslagvergoeding in 2014 ineens laten uitkeren. Dit meldt de Telegraaf.

Meer inkomstenbelasting

Als de ontslagvergoeding volgend jaar in één keer wordt uitgekeerd, zal er meer inkomstenbelasting moeten worden betaald. Eerder werd gedacht dat als iemand in 2014 zijn bv helemaal leegtrekt, hierover 80 procent inkomstenbelasting betaald moest worden. Nu blijkt volgens de Telegraaf dat dit alleen geldt voor de ”papieren waarde” van de bv. Deze waarde ligt meestal hoger waardoor veel stamrecht-bv’s nu ”onder water staan”.

Bron: Elsevier Fiscaal

Fiscale korting bij afkoop stamrecht in 2014

Een werknemer die ontslagen wordt, krijgt soms een bedrag ineens mee. Zo’n afkoopsom wordt afhankelijk van de hoogte ‘gouden handdruk’ genoemd. Het is mogelijk met de werkgever af te spreken dat de uitkering niet ineens, maar in termijnen wordt uitbetaald. In zo’n geval is het gebruikelijk dat het bedrag wordt uitbetaald aan een verzekeraar, bank of stamrecht-bv, die dit verzorgt. Het voordeel hiervan is dat de belastingheffing wordt uitgesteld.

In het Belastingplan voor 2014 wordt de mogelijkheid gecreëerd om het stamrecht af te kopen. Er  geldt een fiscale korting van 20% als de afkoop in 2014 geschiedt. Als de hoogste tariefschijf van de inkomstenbelasting van toepassing is, betekent dit dat het stamrecht tegen effectief 41,6% kan worden afgekocht.

De bedoeling is dat het vrij te komen kapitaal een bestedingsimpuls aan de economie geeft. Inactief kapitaal moet worden geactiveerd om de economie een duwtje in de goede richting te geven. Belastingadviseurs worden overspoeld met vragen van cliënten of zij er verstandig aan doen van deze mogelijkheid gebruik te maken.

Het afkopen betekent dat er eenmalig een relatief groot bedrag belast zal worden. In de meeste gevallen zijn de uitkeringen belast tegen 42% loonbelasting (inkomstenbelasting). Dit terwijl het kapitaal ineens vaak grotendeels in de hoogste tariefschijf belast wordt. Met korting is dit tarief 41,6%. Dat scheelt dus nauwelijks iets. Stel dat iemand met een stamrecht-bv weer werk heeft gevonden en daaruit een hoog inkomen behaalt, dan zal de uitkering termijn misschien in de hoogste schijf worden belast. In dat geval zou kunnen worden overwogen het stamrecht af te kopen.

Besef dat het stamrecht ook kan worden gebruikt voor pensioenverbetering, waardoor de belastingheffing langdurig wordt uitgesteld. Ook goed om te beseffen is dat als het stamrecht is afgekocht, het kapitaal na aftrek van belasting tot het gewone spaargeld zal gaan behoren. Hierover bent u jaarlijks 1,2% belasting kwijt. Dat vermijdt u zolang het kapitaal in de bv blijft.

Vaak is het kapitaal gebruikt om een onderneming te financieren of voor een hypotheeklening aan de aandeelhouder. De voor afkoop benodige belastingheffing kan dan meestal niet snel liquide worden gemaakt. Als u niet zeker weet of de afkoopmogelijkheid voor u voordelig is, neem dan contact op met uw adviseur. Voor een optimale keuze is maatwerk vereist.

Bron: Actuele artikelen

Door Belastingdienst gebruikte afroommethode gebruikelijk loon DGA verworpen

De door de Belastingdienst toegepaste afroommethode voor bepaling van het gebruikelijk directeur-grootaandeelhouder (DGA) loon van beroepsbeoefenaren, zoals advocaten, notarissen en accountants, is in een door PlasBossinade aanhangig gemaakte zaak in 2012 door de Hoge Raad verworpen. Het gerechtshof Amsterdam heeft na verwijzing door de Hoge Raad op 26 september jl. opnieuw in het voordeel van de belastingplichtige geoordeeld, zo meldt het Groningse advocaten- en notarissenkantoor.

Resultaat: de Belastingdienst moet aantonen dat het loon in soortgelijke dienstbetrekkingen hoger is. Lukt dat niet, dan is correctie van het inkomen van een DGA niet mogelijk.

De wet

Uit de wet volgt dat wanneer een DGA een salaris geniet van ten minste € 43.000, de inspecteur aannemelijk moet maken dat in soortgelijke dienstbetrekkingen een hoger loon gebruikelijk is. Slaagt de inspecteur in zijn bewijslast, dan kan het inkomen worden gecorrigeerd tot zeventig procent van dit hogere loon en mogelijk tot negentig procent in de toekomst.

De praktijk, afroommethode

In de praktijk kwam het er op neer dat de Belastingdienst de stap om eerst aannemelijk te maken dat een hoger loon gebruikelijk is, oversloeg en direct de stelling betrok dat de winst van de BV kon worden afgeroomd ten gunste van het gebruikelijk loon van de DGA. Deze afroommethode houdt in dat het gebruikelijk loon wordt gesteld op zeventig procent van de omzet (min kosten en lasten) van de BV waarin de beroepsbeoefenaar DGA is. Dit leidt tot een hoger loon en dus meer inkomstenbelasting. Het toepassen van deze methode is voor de Belastingdienst eenvoudiger dan nagaan wat nu de dienstbetrekking inhoudt en aan de hand daarvan na te gaan wat iemand in een soortgelijke dienstbetrekking verdient.

Bewijslast

De DGA in deze zaak betoogde dat de Belastingdienst de bewijslast had aan te tonen dat het gebruikelijk loon te laag was en dat de Belastingdienst daarin niet was geslaagd. Er was eenvoudigweg niets over gesteld. Los daarvan stelde de DGA, dat zijn loon niet te laag was gezien de lonen van het kantoor waaraan de DGA als advocaat was verbonden. Bij het salaris van de meest verdienende advocaat-medewerkers van het betreffende kantoor, was met de factor aanmerkelijk belang geen rekening gehouden, terwijl de overige omstandigheden met betrekking tot opleiding, aard en omvang van de werkzaamheden en andere feiten en omstandigheden (vrijwel) gelijk zijn. De invulling van de soortgelijke dienstbetrekking moest dus dicht bij huis worden gezocht. In navolging van de Hoge Raad is nu ook het gerechtshof Amsterdam het eens met de DGA en heeft de aan hem opgelegde aanslagen vernietigd.

Bron: Accountancy Nieuws

1 10 11 12