Loonbelasting

Gevolgen hogere belasting vakantiegeld vallen wel mee

Werkenden met een middeninkomen moeten volgend jaar ruim 12 procent inleveren op hun vakantiegeld. Het verlies wordt echter voor de meesten gecompenseerd door een hoger netto salaris.

Grote groepen werkenden met een middeninkomen houden volgend jaar ruim 12 procent minder aan vakantiegeld over vergeleken met dit jaar, schreef De Telegraaf dinsdag. Dit is een gevolg van de belastingplannen van staatssecretaris Eric Wiebes (VVD) van Financiën. Deze kwamen eerder deze maand ook in opspraak.

Hoewel het klopt, zullen werkenden met een bruto maandloon van tussen de 1750 en 7000 euro er in netto salaris op vooruit gaan. Dit blijkt uit berekeningen van het salarisverwerkingsbureau Salar. Hoewel werkenden met een middeninkomen inleveren op hun vakantiegeld, houden zij in de praktijk dus gemiddeld meer over.

Netto
De berekeningen laten zien dat mensen met een inkomen tot 1.500 netto per maand er iets op achteruit gaan. Iedereen met een hoger inkomen houdt meer over, met uitzondering van mensen met een salaris van 8.500 euro of hoger. Degenen die het meest overhouden zijn mensen met een inkomen van 3.500 tot 7.000 euro per maand: zij gaan er meer dan 1 procent op vooruit.

De berekeningen laten puur het verschil tussen netto- en bruto-loon zien. Extra’s zoals pensioenpremies, bedrijfstakfondsen en cao-verhogingen worden niet meegenomen. Ook toeslagen, kortingen op de inkomstenbelasting en verzekeringspremies zijn niet meegerekend.

Het vakantiegeld wordt netto inderdaad een stuk lager: mensen die bruto meer dan 4.000 euro per maand verdienen kunnen volgend jaar rekenen op een verschil van bijna 300 euro met dit jaar. Het verlies wordt echter gecompenseerd door het extra netto maandloon.

Bron: Elsevier

VAR nieuwe stijl

Er zijn in Nederland ongeveer 800.000 zzp’ers. De afkorting staat voor zelfstandige zonder personeel. Het is zeer twijfelachtig of al die neringzoekenden ook echt zelfstandig zijn. Het vermoeden bestaat dat een groot deel van hen in werkelijkheid in loondienst is. Of er sprake is van loondienst is trouwens afhankelijk van de omstandigheden. Hoe men de arbeidsverhouding contractueel heeft ingekleed, is niet doorslaggevend. Het is voor een opdrachtgever natuurlijk uitermate vervelend om achteraf met naheffingen van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen te worden geconfronteerd. Om een opdrachtgever de nodige rechtszekerheid te verschaffen is het instituut VAR in het leven geroepen (verklaring arbeidsrelatie).

De gang van zaken is dat een zzp’er deze verklaring aanvraagt bij de Belastingdienst. Om de verklaring te krijgen, moet hij een aantal vragen beantwoorden waarmee zijn ondernemerschap wordt getoetst. Zo wordt er gevraagd naar het aantal opdrachtgevers en de verrichte investeringen. De VAR kent een aantal varianten. De belangrijkste is de VAR-wuo (winst uit onderneming). Deze biedt de opdrachtgever de zekerheid dat hij geen inhoudingen hoeft te doen. Hij is alleen aansprakelijk voor de heffingen als overduidelijk is dat in werkelijkheid sprake is van een dienstbetrekking. In andere gevallen ligt de aansprakelijkheid bij de zzp’er.

Omdat de VAR niet goed werkt, komt er een ander systeem: de ‘beschikking geen loonheffingen’ (BGL). Van de VAR werd op grote schaal misbruik gemaakt. De zzp’ers weten precies hoe ze de vragen moeten beantwoorden, om de verklaring te krijgen. Opdrachtgevers dwingen zzp’ers een VAR aan te vragen, anders krijgen ze geen werk. Hierdoor zien veel zzp’ers zich gedwongen om bij het aanvragen van de VAR enige creativiteit aan de dag te leggen.

Bij de BGL wordt ook de opdrachtnemer verantwoordelijk voor de aanvraag. Hij krijgt een overzicht van de antwoorden die de zzp’ers op de gestelde vragen heeft gegeven. Hij moet beoordelen of de antwoorden kloppen. Alleen dan ontkomt hij aan aansprakelijkheid. Op deze wijze zal een opdrachtgever in de toekomst geen gebruik meer kunnen maken van zzp’ers die in werkelijkheid in loondienst zijn. De kans bestaat dat hierdoor een groot aantal zzp’ers hun werk kwijtraken, omdat opdrachtgevers geen zin hebben om ze in loondienst te nemen. Toch zal al dat werk moeten worden gedaan. Hoe dit zal uitpakken, is op dit moment nog volstrekt onzeker. Duidelijk is wel dat het spannende tijden zijn voor de zzp’er.

Bron: Actuele artikelen

Werkkostenregeling verandert en is vanaf januari 2015 verplicht: Is uw administratie daarvoor gereed?

De werkkostenregeling is voor iedere werkgever verplicht vanaf 1 januari 2015. En er zijn enkele veranderingen vanaf januari 2015. Maak uw administratie gereed voor de werkkostenregeling 2015.

De werkkostenregeling geldt voor alle vergoedingen, verstrekkingen en ter beschikking gestelde voorzieningen die behoren tot het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Dit kan voor u betekenen dat u op 1 januari 2015 uw administratie moet hebben aangepast.

Bent u werkgever en kan uw administratie de werkkostenregeling nog niet verwerken? Pas dan uw administratie nog aan voor het nieuwe jaar!

Bent u werkgever en gebruikt u de werkkostenregeling al? Dan zijn voor u de veranderingen vanaf januari 2015 belangrijk. U moet misschien uw administratie nog aanpassen. Doe dat op tijd!

Lees voor meer informatie: www.belastingdienst.nl/wkr.
Daar staat:

  • een link naar een stappenplan invoering werkkostenregeling
  • een overzicht met de veranderingen vanaf 1 januari 2015

Bron: Belastingdienst

Wetsvoorstel: ook opdrachtgever verantwoordelijk voor fiscale beoordeling van arbeidsrelatie zzp’er

Opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) worden beiden verantwoordelijk voor de beoordeling of hun arbeidsrelatie moet leiden tot afdracht van loonbelasting en premies. Dat staat in een wetsvoorstel dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Door de Wet ‘invoering Beschikking geen loonheffingen’ kan de Belastingdienst het onderscheid tussen een dienstverband en ondernemerschap beter handhaven.

De staatssecretaris maakt met de invoering van de Beschikking geen loonheffing (BGL) zowel opdrachtgever als opdrachtnemer verantwoordelijk voor de vraag of feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. In dat geval moet de opdrachtgever loonheffingen afdragen.

VAR 
De BGL vervangt de zogenoemde Verklaring Arbeidsrelatie, de VAR. Bij de VAR vraagt een zzp´er vooraf een oordeel van de Belastingdienst of zijn inkomen wel of niet wordt beoordeeld als loon. De opdrachtgever is nu niet betrokken bij deze aanvraag en ondervindt geen gevolgen als achteraf blijkt dat geen sprake was van ondernemerschap van de zzp´er, maar van een dienstbetrekking. De financiële consequenties komen in dat geval alleen voor rekening van de zzp’er.

Handhaving 
Opdrachtgevers vragen zzp’ers een VAR te tonen zodat zij geen loonheffingen hoeven in te houden en af te dragen. Voor zzp´ers is de VAR van belang bij het werven van opdrachten. Dit kan schijnzelfstandigheid in de hand werken: arbeidskrachten die op papier werken als zzp´er, maar in de praktijk een dienstbetrekking vervullen.

Het kabinet wil echte ondernemers ondersteunen en tegelijkertijd schijnconstructies bestrijden opdat die mensen de zekerheid krijgen van een dienstverband. Doordat de BGL zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer verantwoordelijk maakt voor de beoordeling van hun arbeidsrelatie kan de Belastingdienst het onderscheid tussen een dienstverband en ondernemerschap beter handhaven.

Bij de aanvraag van een BGL beantwoordt een zzp’er via een webmodule een aantal vragen. Als deze vragenreeks tot een beschikking leidt, staat daarin vermeld onder welke voorwaarden de opdracht wordt uitgevoerd. De opdrachtgever dient de beschikking te controleren voordat hij de opdracht daadwerkelijk verstrekt. Een zzp’ er hoeft niet voor elke opdracht een nieuwe beschikking aan te vragen: bij opdrachten waar werkzaamheden, omstandigheden en voorwaarden gelijk zijn, kan de zzp’er dezelfde beschikking gebruiken.

Bron: Ministerie van Financiën

Bedrijven met buitenlandse studenten beboet

75 bedrijven zijn het afgelopen jaar beboet, omdat ze zich bij het in dienst nemen van buitenlandse studenten niet aan de regels hielden. Dat meldt de Inspectie SZW (de vroegere Arbeidsinspectie) vandaag.

Valsheid in geschrifte, onderbetaling, mensen laten werken terwijl ze geen tewerkstellingsvergunning hebben. Dat soort overtredingen kwam de Inspectie tegen bij de controle van werkgevers die buitenlandse studenten in dienst hadden. De 75 boetes waren goed voor ruim 900.000 euro.

Buitenlandse studenten mogen in Nederland wel werken, maar moeten dan aan een aantal regels voldoen. Ze mogen bijvoorbeeld niet meer dan 10 uur per week werken (in de zomer mag dat dan weer wel), en de werkgever moet een tewerkstellingsvergunning hebben.

Bij controles stuitte de inspectie op 83 studenten die zonder een dergelijke vergunning aan het werk waren of die meer werkten dan toegestaan. In meer dan een derde van de gevallen ging het om Chinese studenten.

Deze regels gelden overigens alleen voor een specifieke groep studenten: mensen die niet afkomstig zijn uit Zwitserland, Bulgarije, Roemenië of de Europese Economische Ruimte (EER). Daaronder vallen alle landen van de EU, Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.

Bron: P en O Actueel

VAR voor 2014 langer geldig

Hebt u een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor 2014? In de loop van 2015 gaat de wet- en regelgeving voor de VAR veranderen. Daarom gaat een aantal zaken dit jaar anders. U krijgt hierover binnenkort een brief.

VAR’s voor 2014 blijven ook in 2015 geldig. Totdat de nieuwe wet- en regelgeving ingaat. U kunt de VAR voor 2014 dus ook in 2015 blijven gebruiken, zolang u hetzelfde werk onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden blijft doen.

Zodra de nieuwe wet- en regelgeving bekend is, informeert de Belastingdienst u daarover via de internetsite. De Belastingdienst informeert u ook wanneer de VAR voor 2014 niet langer geldig is en wat u verder moet doen.

Wanneer wel een nieuwe VAR aanvragen

Gaat u dit jaar of in 2015 werken onder andere omstandigheden of voorwaarden? Of gaat u andere werkzaamheden uitvoeren dan de huidige werkzaamheden? Dan vraagt u hiervoor gewoon een VAR voor 2014 of voor 2015 aan. Een VAR voor 2014 kunt u heel 2014 aanvragen. Een VAR voor 2015 kunt vanaf 1 september 2014 en in heel 2015 aanvragen. Als u twijfelt of u een nieuwe VAR moet aanvragen, gebruik dan het hulpmiddel Wel of geen VAR aanvragen.

Meer informatie

Hebt u nog vragen? Bijvoorbeeld omdat u twijfelt of u een nieuwe VAR nodig hebt? Kijk dan op www.belastingdienst.nl/var. U vindt daar ook antwoorden op veelgestelde vragen.

Zie ook: Komende nieuwe wet- en regelgeving in 2015: overgangsregeling

Bron: Belastingdienst

Vaststellingsovereenkomst pseudo-eindheffing hoog loon (crisisheffing) mogelijk tot en met 16 september 2014

De Belastingdienst heeft de reactietermijn om via een vaststellingsovereenkomst pseudo-eindheffing hoog loon aan te sluiten bij proefprocedures, verlengd tot en met 16 september 2014.

Als u bezwaar hebt gemaakt tegen de pseudo-eindheffing hoog loon 2014, hebt u het aanbod gekregen om via een vaststellingsovereenkomst aan te sluiten bij proefprocedures. Een klein deel van de werkgevers heeft hierop nog niet gereageerd. Daarom heeft de Belastingdienst de reactietermijn verlengd en kunt u nog tot en met 16 september 2014 gebruikmaken van dit aanbod.

Als de Belastingdienst uiterlijk op 16 september 2014 geen volledig ingevulde en ondertekende vaststellingsovereenkomst van u heeft gekregen, kunt u niet meer gebruikmaken van de vaststellingsovereenkomst. De Belastingdienst za; uw bezwaarschrift dan in behandeling nemen. U krijgt hierover dan nog een brief van de Belastingdienst.

Zie ook

Bron: Belastingdienst

Reisbesluiten Binnen- en Buitenland: sommige vergoedingen niet meer helemaal onbelast

Per 1 juli 2014 kunt u sommige vergoedingen volgens de reisbesluiten Binnen- en Buitenland niet meer volledig onbelast vergoeden.

De reisbesluiten regelen de vergoedingen voor ambtenaren op dienstreis, maar u kunt ze ook toepassen voor werknemers die wat hun uitgaven betreft vergelijkbaar zijn met ambtenaren op dienstreis.

Gewijzigde vergoedingen

De volgende vergoedingen van verblijfkosten tijdens dienstreizen kunt u niet meer volledig onbelast vergoeden. Vergoedt u meer, dan is het meerdere belast. Achter elke soort vergoeding staat het bedrag dat u onbelast kunt vergoeden aan uw werknemer:

  • kleine uitgaven overdag: € 4,00
  • kleine uitgaven ’s avonds: € 8,05
  • een ontbijt: € 10,77
  • een lunch: € 8,30
  • een avondmaaltijd: € 20,81
  • logies: € 84,46

U past de werkkostenregeling toe

Als u de werkkostenregeling toepast, kunt u de vergoeding tot het loon van de werknemer rekenen of aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Als u het bovenmatige deel van de vergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel en in uw vrije ruimte onderbrengt, moet u eindheffing betalen over het deel van de vergoeding dat niet binnen uw vrije ruimte valt.

Bron: Elsevier Fiscaal

Werkkostenregeling voor iedereen

In de loonbelasting was er een onoverzichtelijk woud aan regelingen ontstaan. Met het oog op vereenvoudiging is per 2011 de zogenoemde werkkostenregeling ingevoerd. Uitgangspunt was een forse beperking van de vrije vergoedingen en verstrekkingen. Iedere werkgever mag een vast percentage van de loonsom vrij van loonbelasting uitkeren, zonder dat naar de aanwending wordt gekeken (in 2014 1,5%). Het meerdere is belast tegen een zogenoemde eindheffing van 80%. Eindheffing wil zeggen dat het loonbestanddeel niet op het loonstrookje komt en dat de heffing ten laste komt van de werkgever, dus niet wordt ingehouden op het loon. In het kader van een overgangsregeling mochten werkgevers nog drie jaar het oude systeem blijven hanteren. Deze overgangsregeling is verlengd tot 2015. Het overgrote deel van de werkgevers bleef de oude regeling hanteren.

In de wandelgangen werd gefluisterd dat de overgangsregeling nog wel eens een jaar zou kunnen worden verlengd of dat de werkkostenregeling helemaal zou worden teruggedraaid, maar de staatssecretaris heeft op 3 juli 2014 laten weten dat de werkkostenregeling definitief per 1 januari 2015 wordt ingevoerd en de overgangsregeling vervalt. Dit betekent dat iedere werkgever volgend jaar naar de werkkostenregeling moet overgaan.

Wel is aangegeven dat er een aantal versoepelingen komt. Voor gereedschappen, computers en mobiele communicatiemiddelen gelden nu nog ingewikkelde regels voor de vrije verstrekking. Hiervoor gaat de fiscus straks het noodzakelijkheidscriterium hanteren. Heeft de werknemer de spullen nodig voor zijn werk, dan hoeft er geen belasting over te worden betaald. Nu is de verstrekking van bijvoorbeeld een i-Pad vaak nog belast, maar dat kan straks anders zijn. Werkgevers kunnen aan het personeel weer producten met korting verkopen zonder dat dit ten koste gaat van de vrije ruimte. Het wordt mogelijk om de kosten van werkkleding te vergoeden in plaats van de kleding alleen maar ter beschikking te stellen.

Voor de fiets van de zaak pakt de wijziging echter nadelig uit, omdat de vrijstelling vervalt. De waarde van de fiets gaat ten laste van de vrije ruimte, het tekort is belast tegen 80% eindheffing. Een aanscherping is verder dat de vrije ruimte wordt verlaagd van 1,5% naar 1,2%.

Het valt moeilijk op voorhand aan te geven of de werkkostenregeling voordeliger of nadeliger uit zal pakken. In z’n algemeenheid kan ervan worden uitgegaan dat als werknemers weinig kosten maken en de werkgever weinig leuke dingen doet voor het personeel, de werkkostenregeling gunstiger is.

Werkgevers die nu nog de overgangsregeling toepassen, moeten kijken naar de arbeidsvoorwaarden. Verder moeten zij hun salarisadministratie anders inrichten.

Bron: Actuele artikelen