Loonbelasting

Geen afdrachtvermindering onderwijs bij ontbreken verklaring opleidingsinstelling

In navolging van de rechtbank heeft Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat een bv geen recht heeft op afdrachtvermindering onderwijs omdat de opleiding geen (onderdeel van een) erkende opleiding is.

De bv begeleidt in het kader van een re-integratietraject (langdurig) werklozen met een uitkering naar de arbeidsmarkt. De bv neemt deze personen in dienst en begeleidt hen vervolgens om hen (uiteindelijk) te scholen tot startkwalificatieniveau. Na de opleiding bij de bv gaan deze personen werken bij een organisatie die thuiszorg, logeerhuizen en zorghotels exploiteert. De bv heeft op haar loonaangiften over de jaren 2009 en 2010 afdrachtvermindering onderwijs toegepast voor haar werknemers.

Hof Den Haag oordeelt in navolging van Rechtbank Den Haag dat de bv geen recht heeft op afdrachtvermindering onderwijs omdat de opleiding geen (onderdeel van een) erkende opleiding is. Dat de bv volledig voldoet aan de materiele (opleidings)eisen die zijn verbonden aan de afdrachtvermindering onderwijs, kan haar niet baten nu de formele eis van het hebben van een verklaring van de opleidingsinstelling een constitutief vereiste behelst (HR 20 juni 2014, nr. 13/03844). In de gegeven omstandigheden acht het hof, anders dan de rechtbank, een boete niet op zijn plaats.

Bron: Accountancy Nieuws

Premiekorting bij indienstneming van jongere uitkeringsgerechtigden

Vanaf 1 juli 2014 kunnen werkgevers onder bepaalde voorwaarden een premiekorting toepassen bij het in dienst nemen van een uitkeringsgerechtigde in de leeftijd van 18 tot 27 jaar.

Het kabinet vindt het van belang dat jongeren niet langdurig in een uitkering blijven. Het streeft er naar hen perspectief te geven op een plek op de arbeidsmarkt. Het kabinet vindt daarom op dit moment een impuls nodig om werkgevers te stimuleren deze jongeren een kans te geven. Het gaat om een tijdelijke regeling, die gericht is op nieuwe banen in de periode van 1 januari 2014 tot 1 januari 2016. Een werkgever kan voor elke aanname en zolang de betreffende jongere uit de doelgroep in dienst is maximaal twee jaar een premiekorting van € 3.500 op jaarbasis op zijn premies werknemersverzekeringen toepassen.

In verband met toezicht en handhaving door de Belastingdienst is een werkgever verplicht om een doelgroepverklaring van UWV of gemeente te bewaren. Uit de doelgroepverklaring moet blijken dat de werknemer voorafgaand aan de dienstbetrekking uitkeringsgerechtigde was. Tevens dient er een schriftelijke arbeidsovereenkomst te zijn waaruit blijkt dat er sprake is van een dienstbetrekking met een overeengekomen duur van minimaal zes maanden en een arbeidsomvang van ten minste 32 uren per week.

Met deze maatregel wordt uitwerking gegeven aan de afspraak uit de Begrotingsafspraken 2014 om de arbeidsmarkt voor jongeren te versterken met een premiekorting, waarvoor in totaal tijdelijk € 300 miljoen is uitgetrokken. Via het Belastingplan 2014 is de premiekorting geregeld per 1 juli 2014. De regeling kon niet eerder in werking treden, vanwege aanpassingen in de loonaangifte. Om te voorkomen dat werkgevers zouden wachten met het aannemen van jongeren uit de doelgroep, kunnen ook indiensttredingen vanaf 1 januari 2014 in aanmerking komen voor de premiekorting vanaf 1 juli.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Verbeteringen in werkkostenregeling

Na een uitgebreide internetconsultatie wordt de werkkostenregeling (WKR) aanzienlijk vereenvoudigd. In de brief die staatssecretaris Wiebes van Financiën begin juli naar de Tweede Kamer heeft gestuurd staan diverse maatregelen die de administratieve lasten voor werkgevers terugdringen en de uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst verbeteren.

De afgelopen jaren bestonden er twee regelingen voor werkkosten naast elkaar. Nu komt er één verbeterde regeling. In de nieuwe werkkostenregeling wordt het onderscheid in fiscale behandeling tussen computers, smartphones en tablets weggenomen. Voor de zakelijke iPad zal bovendien niet langer de ‘zakelijke gebruikseis’ gelden. Indien een werknemer een iPad nodig heeft om zijn werk te doen, kan de werkgever deze verstrekken zonder fiscaal rekening te hoeven houden met het privévoordeel van de werknemer. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens van veel werkgevers. Ook hoeft een werkgever nog maar één keer per jaar vast te stellen wat zijn verschuldigde belasting in het kader van de WKR is. Voorheen moest dit per aangiftetijdvak bekeken worden. Een derde in het oog springende vereenvoudiging betreft het keuzeregime. Om de verbeterde aspecten budgetneutraal te kunnen dekken, zal de vrije ruimte worden verlaagd van 1,5% naar 1,2% van de totale loonsom van een bedrijf.

De maatregelen worden meegenomen in het Belastingplan 2015 dat op Prinsjesdag aangeboden zal worden aan de Tweede Kamer. De wijzigingen kunnen vervolgens per 1 januari 2015 in gaan.

De basis van de werkkostenregeling, die begin 2011 werd geïntroduceerd, blijft ongewijzigd. Met de werkkostenregeling kunnen werkgevers hun personeelsleden tot een vooraf vastgesteld percentage van de totale loonsom onbelast van vergoedingen en verstrekkingen laten profiteren. Het gaat dan bijvoorbeeld om kerstpakketten, etentjes, een fiets en personeelsfeesten. Binnen de werkkostenregeling is het niet nodig om de verstrekkingen per werknemer bij te houden, maar kan dat bedrijfsbreed.

Bron: Ministerie van Financiƫn

Vakantiewerk in onderneming ouders

Veel ondernemers laten hun kinderen vakantiewerk doen. Over de beloning moet loonbelasting worden ingehouden. De beloning is aftrekbaar van de winst als deze zakelijk is. Het kind moet van de fiscus wel werken voor zijn geld. Bij een onzakelijk hoge beloning is de onzakelijke component een privé-onttrekking. In de bv-sfeer geniet de aandeelhouder in een dergelijk geval een verkapt dividend.

De fiscus gaat ervan uit dat het normaal is dat kinderen kleine klusjes voor hun ouders doen. De gebruikelijke hand-en-spandiensten rechtvaardigen daarom geen beloning. Stel dat uw dochter van 15 de bestelbus wast. Zij is daar ongeveer 1 uur druk mee en u betaalt haar daarvoor 10 euro. U trekt deze kostenpost af. Het minimumuurloon voor een 15-jarige bedraagt 2,56 euro. De tien euro is dus royaal beloond. De fiscus zal hier geen halszaak van maken. Voor uw dochter is deze beloning feitelijk onbelast. Voor de loonbelasting is hierbij geen sprake van een dienstbetrekking, zodat loonbelastingformaliteiten achterwege kunnen blijven. Nu wil uw dochter een duur telefoonabonnement. Ter bekostiging daarvan komt u met haar overeen dat zij één keer per week folders gaat rondbrengen, wat haar ongeveer 4 uur kost. Als beloning betaalt u haar telefoonabonnement. Het is verstandig deze kosten als loonkosten te boeken in de administratie en dus als aftrekpost op te voeren.

Stel dat u uw kinderen in de vakantieperiode gedurende enkele weken fulltime inzet voor de zaak. Tot een beloning van 6.000 euro per jaar hoeft het kind uiteindelijk geen belasting te betalen. De eventueel ingehouden loonbelasting kan het via de aangifte inkomstenbelasting terugvragen. Er bestaat een speciale regeling voor meewerkende kinderen. Hierbij hoeft maar één keer per jaar aangifte te worden gedaan. Om toepassing van deze regeling moet worden verzocht via een formulier van de Belastingdienst. Als het kind hetzelfde werk doet als andere werknemers, moet op de gewone manier worden verloond. Bij een beloning tot circa 500 euro per maand is er dankzij de heffingskortingen geen loonbelasting verschuldigd.

Het is goed om te weten dat eigen verdiensten van een kind niet snel tot een korting op de kinderbijslag leiden. Alleen bij zeer hoge verdiensten kan een korting op de kinderbijslag plaatsvinden. Voor thuiswonende kinderen tot 16 jaar zijn de eigen inkomsten van het kind sowieso niet van belang voor de kinderbijslag. Thuiswonende kinderen van 16 of 17 jaar mogen per kwartaal netto 1.266 euro verdienen en tijdens de zomervakantie nog eens 1.300 euro extra.

Bron: Actuele artikelen

Nog weinig gebruik gemaakt van premiekorting

Vanaf 1 juli kunnen werkgevers premiekorting toepassen in de loonaangifte wanneer zij een jongere met een WW- of bijstandsuitkering aannemen. Hier wordt echter nog weinig gebruik van gemaakt, volgens Mirjam Sterk.

De premiekorting is ingesteld om werkloze jongeren sneller aan een baan te helpen. Tot nu toe hebben ruim duizend jongeren en hun werkgever gebruik gemaakt van deze korting, terwijl zo’n 28.000 jongeren in aanmerking komen. Dat zegt ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid Mirjam Sterk. Er zijn op dit moment zo’n 122.000 jongeren op zoek naar een baan.

Volgens Mirjam Sterk zijn veel jongeren en bedrijven nog niet voldoende op de hoogte van de mogelijkheden van de premiekorting. Daarom zal het UWV een speciaal ontwikkelde flyer gaan verspreiden.

Werkgevers die op of na 1 januari 2014 en voor 1 januari 2016 een jongere werknemer (tussen de 18 en 26 jaar) aannemen die een WW-of bijstandsuitkering had, krijgen een premiekorting van €3500 per jaar. De korting kan vanaf 1 juli worden toegepast in de loonaangifte. De korting loopt gedurende de duur van het arbeidscontract, maar maximaal 2 jaar. 

Lees ook: Premiekorting aannemen jongere werknemer en Veelgestelde vragen over premiekorting jonge werknemers

Bron: P en O Actueel

Premiekorting jongeren nog weinig gebruikt door werkgevers

Er wordt nog maar weinig gebruikgemaakt van de premiekorting voor werkgevers die het kabinet heeft ingesteld om werkloze jongeren sneller aan een baan te helpen. Dat constateert Mirjam Sterk, de door het kabinet benoemde ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid. Het voormalige CDA-Kamerlid heeft uitkeringsinstantie UWV gevraagd om de regeling meer onder de aandacht te brengen.

Wanneer een werkgever een jongere met een WW- of een bijstandsuitkering in dienst neemt, kan die sinds begin dit jaar in aanmerking komen voor een korting op de werknemersverzekering van 3500 euro per jaar. Vooralsnog hebben ruim 1000 jongeren en hun werkgever hiervan gebruikgemaakt, zegt Sterk. Het kabinet heeft berekend dat ongeveer 28.000 jongeren in aanmerking komen voor de premiekorting.

Veel jongeren en bedrijven zijn volgens Sterk nog onvoldoende op de hoogte van de mogelijkheden die de premiekorting biedt. Daarom heeft zij een flyer ontwikkeld met meer informatie over de premiekorting die jongeren mee kunnen sturen met hun sollicitatie. Deze zal volgens Sterk door het UWV worden verspreid. De korting duurt tot 1 januari 2016.

Hoewel het aantal werkloze jongeren vorige maand daalde, zijn nog altijd 122.000 jongeren werkzoekend. Jongeren zijn daarmee goed voor 15 procent van het totaalaantal werklozen in Nederland, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Lees ook:

Bron: Accountancy Nieuws

Reisbesluiten Binnen- en Buitenland: sommige vergoedingen niet meer volledig onbelast

Per 1 juli 2014 kunt u sommige vergoedingen volgens de reisbesluiten Binnen- en Buitenland niet meer volledig onbelast vergoeden.

In de Nieuwsbrief loonheffingen 2014 leest u meer over mogelijke veranderingen voor vergoedingen volgens de reisbesluiten. De reisbesluiten regelen de vergoedingen voor ambtenaren op dienstreis, maar u kunt ze ook toepassen voor werknemers die wat hun uitgaven betreft vergelijkbaar zijn met ambtenaren op dienstreis.

Gewijzigde vergoedingen

De volgende vergoedingen van verblijfkosten tijdens dienstreizen kunt u niet meer volledig onbelast vergoeden. Vergoedt u meer, dan is het meerdere belast. Achter elke soort vergoeding staat het bedrag dat u onbelast kunt vergoeden aan uw werknemer:

  • kleine uitgaven overdag: € 4,00
  • kleine uitgaven ’s avonds: € 8,05
  • een ontbijt: € 10,77
  • een lunch: € 8,30
  • een avondmaaltijd: € 20,81
  • logies: € 84,46

U past de werkkostenregeling toe

Als u de werkkostenregeling toepast, kunt u de vergoeding tot het loon van de werknemer rekenen of aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Als u het bovenmatige deel van de vergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel en in uw vrije ruimte onderbrengt, moet u eindheffing betalen over het deel van de vergoeding dat niet binnen uw vrije ruimte valt.

Meer nieuws leest u in het nieuwsoverzicht

Bron: Belastingdienst

Hoge Raad: Pseudo-eindheffing niet in strijd met art. 1 EP EVRM

De Hoge Raad heeft op 20 juni geoordeeld dat de pseudo-eindheffing niet in strijd is met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. De inspecteur heeft de te betalen belasting correct vastgesteld.

Een bv kent in 2006 aan haar CEO een voorwaardelijk recht op levering van aandelen in haar kapitaal toe. In 2008 is aan de voorwaarden voldaan en accepteert de CEO de hem aangeboden aandelen. Het hierbij behaalde voordeel van € 1.790.000, wordt in 2008 tot zijn loon gerekend. De dienstbetrekking tussen de bv en de CEO wordt in 2009 verbroken. De inspecteur is van mening dat het in 2008 genoten voordeel moet worden meegenomen bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een belastbare vertrekvergoeding als bedoeld in art. 32bb Wet LB 1964, en legt een LB-naheffingsaanslag op aan de bv (pseudo-eindheffing).

Rechtbank Arnhem handhaaft de naheffingsaanslag. Hof Arnhem – Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur onvoldoende argumenten heeft aangedragen voor de (materiële) terugwerkende kracht van de regeling. Volgens het hof mag daarom geen rekening worden gehouden met het voordeel dat de CEO in 2008 heeft genoten voordat voor de bv kenbaar was dat werd overwogen om een regeling in te voeren als in art. 32bb Wet LB 1964 is opgenomen. Het hof vermindert de naheffingsaanslag.

De Hoge Raad oordeelt dat de pseudo-eindheffing niet in strijd is met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Volgens de Hoge Raad verzet deze bepaling zich namelijk niet zonder meer tegen wetswijzigingen waarbij voor de berekening van een belastingschuld gevolgen worden verbonden aan feiten die zich hebben voorgedaan voordat de inhoud van die wetswijziging kenbaar werd. Volgens de Hoge Raad is er bij de belastingheffing ook sprake van een ‘fair balance’ tussen de betrokken belangen. De Hoge Raad overweegt hierbij onder andere dat de pseudo-eindheffing na de inwerkingtreding ervan nog geruime tijd niet of slechts in beperkte mate voor toepassing in aanmerking zou komen als de berekeningsmethode niet zou kunnen worden toegepast ten aanzien van loon dat is genoten vóór de aankondiging of inwerkingtreding van art. 32bb Wet LB 1964. De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Bron: Accountancy Nieuwsc

Nieuw besluit over reiskostenvergoedingen gepubliceerd

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft een nieuw besluit gepubliceerd over reiskostenvergoedingen en privégebruik auto. Hierin wordt goedgekeurd dat belastingplichtigen met de ‘vrije bewijsleer’ kunnen voldoen aan hun bewijslast bij het reizen met openbaar vervoer.

Het besluit is een actualisering van het besluit van 19 december 2010, nr. DGB2010/6957M, V-N 2011/2.7. De wijzigingen zijn voor het merendeel redactioneel van aard.

Wel nieuw is dus de goedkeuring over de bewijslast bij reizen met openbaar vervoer. Wiebes keurt nu goed dat belastingplichtigen die gevraagd worden om het bewijs voor reisaftrek te leveren, ook op een andere wijze dan met plaatsbewijzen of overzichten van transacties, nl. met de ‘vrije bewijsleer’, aan het verzoek van de inspecteur kunnen voldoen. Hij stelt daaraan de volgende voorwaarden:

1. De reiziger overlegt een reisverklaring van de werkgever waaruit blijkt welk reispatroon hij heeft gehad in het desbetreffende jaar.

2. De reiziger maakt aannemelijk dat de reizen zijn gemaakt. Dat is bijvoorbeeld mogelijk met betalingsbewijzen voor de OV-chipkaart of de reisgegevens van TLS.

Deze goedkeuring is van overeenkomstige toepassing voor het onder de overgangsregeling in de loonheffingen te leveren bewijs van het reizen per openbaar vervoer. De goedkeuring geldt voor de aanslagen die betrekking hebben op de jaren 2011 en later omdat de OV-bedrijven met toestemming van de staatssecretaris de reisgegevens die betrekking hebben op 2011 en later korter zijn gaan bewaren. Belastingplichtigen bij wie de reisaftrek over de jaren 2011 en 2012 is gecorrigeerd vanwege het niet meer kunnen downloaden van reisgegevens kunnen de inspecteur om een herbeoordeling van hun aangifte vragen, uitsluitend voorzover het de reisaftrek betreft.  

Bron: Accountancy Nieuws

Hoger premiedeel ZW-flex bij einde eigenrisicodragerschap (middel)grote werkgevers

Bent u een middelgrote of grote werkgever en wilt u uw eigenrisicodragerschap voor de ZW beëindigen? Dan moet u per 1 januari 2015 rekening houden met een hoger premiedeel ZW-flex.

Het premiedeel ZW-flex zal in de 2 kalenderjaren na het einde van uw eigenrisicodragerschap de helft zijn van de sectorale premie ZW-flex die geldt voor uw sector. Als UWV een hogere individuele premie kan vaststellen op basis van een eerdere periode waarin u geen eigenrisicodrager bent geweest, dan geldt deze hogere individuele premie.

De hogere premie geldt voor alle (middel)grote werkgevers die na 20 maart 2014 een verzoek indienen om het eigenrisicodragerschap te beëindigen. Op deze datum is de Tweede Kamer namelijk geïnformeerd over de voorbereiding van dit besluit.

Meer informatie

De hoogte van de sectorale premie ZW-flex in 2014 vindt u in tabel 17a van het ‘Handboek Loonheffingen 2014’

 

 

Bron: Belastingdienst