Verzekeringen en pensioenen

Premiestaffels beschikbare premieregelingen pensioen gepubliceerd

Staatssecretarissen Eric Wiebes van Financiën en Jetta Klijnsma van SZW hebben de premiestaffels gepubliceerd die per 1 januari 2015 geldig worden, mits de Eerste Kamer instemt met de aanpassing van het fiscale kader voor pensioen. Deze premiestaffels zijn van toepassing op zogenaamde ‘beschikbare premieregelingen’ en zijn een handreiking voor de praktijk. Ze worden later bij beleidsbesluit vastgesteld. 

Omdat de Witteveen-voorstellen nog niet zijn aangenomen, kunnen er formeel nog geen nieuwe premiestaffels worden vrijgegeven. Omdat dit voor pensioenuitvoerders een knelpunt  blijkt voor de uitvoerbaarheid van het Wetsvoorstel per 1 januari 2015, heeft het Kabinet besloten ze al voor aanvaarding van de wet te publiceren. Dit is in het verleden bij de Wet VAP (verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd) al eens eerder gebeurd. 

Het kabinet biedt hiermee duidelijkheid over hoeveel premie fiscaal vriendelijk kan worden ingelegd. Dit is met name van belang voor lopende CAO-onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden.  De premiestaffels worden aangepast overeenkomstig de verlaging van het opbouwpercentage voor middelloonregelingen naar 1,875%. Dit betekent dat de premiestaffels neerwaarts worden bijgesteld. 

Documenten en publicaties

  • Bijlage premiestaffels nadere memorie van antwoord

    Bijlage premiestaffels nadere memorie van antwoord inzake wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages …

    Kamerstuk | 25-04-2014

Bron: Ministerie van Financiën

Aanscherpen inkoopregels AOW

De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma besloten de voorwaarden aan te scherpen voor het vrijwillig kunnen inkopen van ontbrekende AOW-opbouwjaren. Zo moet de aanvrager niet alleen verplicht verzekerd zijn voor de AOW, maar ook in Nederland werkzaam zijn. En de aanvrager moet voortaan minstens vijf jaar verplicht verzekerd zijn geweest en ten minste vijf jaar in Nederland hebben gewerkt. Ook gaat de minimum-inkooppremie omhoog. De regeling uit 1957 wordt hiermee aangepast aan de migratiestromen van deze tijd.

Inkoopregeling in de AOW

De inkoopregeling in de AOW stamt net als de AOW uit de jaren ‘50 van de vorige eeuw en is toen vooral gemaakt voor mensen die repatrieerden uit de toenmalige overzeese rijksdelen. Dit om te voorkomen dat deze mensen in behoeftige omstandigheden terecht zouden komen. Inmiddels zijn migratiestromen veranderd en is het niet meer vanzelfsprekend dat arbeidsmigranten en hun gezinsleden zich hier blijvend vestigen. Velen komen tijdelijk naar Nederland door de open grenzen kunnen mensen komen en gaan.

Oorspronkelijke bedoeling inkoopregeling

De mogelijkheid om gedurende een kort verblijf in Nederland alle onverzekerde opbouwjaren tegen een minimumpremie in te kopen en vervolgens terug te keren naar het land van herkomst met een recht op een vrijwel volledige AOW-uitkering bij het bereiken van de AOW-leeftijd is niet conform de oorspronkelijke bedoeling van de wet. De omvang van dit onbedoeld gebruik is nu beperkt, maar kan door de steeds groeiende migratie toenemen. Met dit onbedoelde gebruik wordt de solidariteit onder druk gezet en kunnen hoge uitgaven in de toekomst te aan de orde zijn.

Nieuwe voorwaarden

In het wetsvoorstel tot wijziging van de AOW worden dan ook nieuwe voorwaarden gesteld voor het inkopen van ontbrekende verzekeringsjaren. Betrokkene moet niet alleen verplicht verzekerd zijn voor de AOW, maar ook in Nederland werkzaam zijn, hetzij als werknemer, hetzij als zelfstandige. Verder moet de band met Nederland ook in de duur van de verplichte AOW verzekering en arbeid tot uiting komen: betrokkene moet minstens vijf jaar verplicht verzekerd zijn en minstens vijf jaar in Nederland werkzaam zijn, als werknemer of als zelfstandige. Tot slot kan men alleen onverzekerde opbouwjaren inkopen als men in die jaren niet elders een wettelijk verplichte ouderdomsverzekering had.

Verhoging minimumpremie

Een andere aanscherping is de verhoging van de minimumpremie door wijziging van het Besluit Wfsv (Wet financiering sociale verzekeringen). Voor de vaststelling van het inkoopbedrag blijft het feitelijk inkomen in het verleden uitgangspunt, maar wordt voor de minimumpremie uitgegaan van de premie die zou moeten worden betaald over het ten tijde van de aanvraag geldende actuele wettelijk minimum (jeugd)loon.

Inwerkingtreding met terugwerkende kracht

Het wetsvoorstel zal voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State. Het ontwerpbesluit wordt gedurende vier weken voorgelegd aan de Tweede en Eerste Kamer, waarna het ontwerpbesluit ook voor advies naar de Raad van State gaat. De wijzigingen treden op 1 juli 2014 met terugwerkende kracht tot en met 24 maart 2014 in werking. De Sociale verzekeringsbank (SVB) zal op de nieuwe wetgeving anticiperen vanaf die datum. Dit betekent dat aanvragen voor de inkoopregeling die zijn ingediend voor 24 maart 2014 door de SVB worden behandeld op basis van de bestaande wetgeving. Aanvragen die worden ingediend op of na 24 maart 2014 worden door de SVB behandeld op basis van de nieuwe, aangescherpte regels.

Documenten en publicaties

  • Kamerbrief over vrijwillige verzekering AOW over een afgelopen periode

    Staatssecretaris Klijnsma informeert de Tweede Kamer over het voornemen tot wijziging van de wet- en regelgeving inzake de …

    Kamerstuk | 24-03-2014

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Geen heffingsrecht Nederland over oude lijfrente-uitkeringen

Gerechtshof Den Bosch heeft in hoger beroep geoordeeld dat lijfrentepolissen van een in Thailand wonende man tijdens het pre-Brede-Herwaarderingsregime zijn ontstaan, zodat zij ook onder de Wet IB 2001 geen bron van inkomen voor een buitenlands belastingplichtige zijn.

Aan de in Thailand wonende man is een IB-aanslag over 2010 opgelegd. In geschil is of de door hem ontvangen lijfrente-uitkeringen terecht belast zijn. Rechtbank Zeeland-West Brabant stelt de inspecteur in het gelijk. De man gaat in hoger beroep.

Hof Den Boschoordeelt dat de lijfrentepolissen tijdens het pre-Brede-Herwaarderingsregime zijn ontstaan, zodat zij ook onder de Wet IB 2001 geen bron van inkomen voor een buitenlands belastingplichtige zijn. Het beroep van de man is gegrond. De aanslag wordt aldus verminderd. De inspecteur stelt vergeefs dat een proceskostenvergoeding achterwege kan blijven omdat door de adviseur van de man niet eerder naar voren is gebracht dat er sprake is van pre-Brede-Herwaarderingspolissen. De inspecteur heeft in de bezwaar- en (hoger) beroepsfase namelijk zelf zijn onderzoeksplicht verzaakt. Een proceskostenveroordeling mag alleen achterwege blijven als de noodzaak tot het instellen van het beroep uitsluitend is voortgevloeid uit de handelwijze van de in Thailand wonende man.

Bron: Accountancy Nieuws

Goedkeuring voor te late betaling lijfrentepremies door invoering SEPA

Minister Dijsselbloem van Financiën keurt goed dat bij vertraagde uitvoering van automatische premie-incasso’s voor lijfrenten en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen in de tweede helft van december 2013, de betalingen geacht kunnen worden te zijn gedaan op de overeengekomen incassodatum in 2013.

De premiebetalingen kunnen in 2013 voor aftrek in aanmerking komen terwijl afschrijving van de rekening van belastingplichtigen pas begin januari 2014 heeft plaatsgevonden. De vertraging moet zijn veroorzaakt door de omzetting naar IBAN-rekeningnummers.

Ook kan de berekening van de rendementsgrondslag plaatsvinden alsof de automatische premie-incasso plaatsvond in december 2013. Voorwaarde is dat de premiebetalingen in 2014 niet nogmaals in aanmerking worden genomen. Productaanbieders zullen zoveel mogelijk met inachtneming van deze goedkeuring renseigneren. Belastingplichtigen moeten wel zelf in hun aangifte inkomstenbelasting 2014 voor box 3 een correctie aanbrengen. De vertraagde incasso of betaling voor kapitaalverzekeringen, kapitaalverzekeringen eigen woning, spaarrekeningen eigen woning en beleggingsrechten eigen woning heeft geen fiscale gevolgen voor de contractueel vastgelegde betalingen.

Bron: Accountancy Nieuws

Duidelijke regels over samenwonen en AOW-uitkering vanaf 1 februari

Ouderen met een AOW-uitkering die samenleven maar ieder een eigen (huur)huis hebben, worden vanaf 1 februari 2014 gezien als niet-samenwonend. Hierdoor ontvangen zij een hogere AOW-uitkering. De wijziging zorgt er voor dat de richtlijnen voor AOW-ers die intensief met elkaar optrekken duidelijker worden. Het wetsvoorstel is vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer.

Staatssecretaris Klijnsma vindt het van groot belang dat er nu duidelijke regels zijn: “Ook alleenstaande ouderen die vaak elkaars gezelschap opzoeken bijvoorbeeld als mantelzorger of om de eenzaamheid te doorbreken houden, als ze gewoon een eigen woning behouden, de hogere individuele aow-uitkering”. Zo krijgen ongehuwde AOW-ers die ieder een eigen (huur)woning hebben en daarvoor kosten maken, voortaan een AOW uitkering van 70% van het minimumloon. En vallen ze dus niet terug naar 50%. Dat kan per maand enkele honderden euro’s schelen. De verwachting is dat uiteindelijk 6.000 mensen hiervoor in aanmerking komen.

De huidige regels zijn complex voor AOW-ers en de controle door de SVB is arbeidsintensief. Het nu voorliggende wetsvoorstel zorgt er voor dat de regels eenvoudiger worden en er daardoor meer duidelijkheid komt voor de AOW-ers. De verwachting is dat het wetsvoorstel op 1 mei 2014 in werking kan treden. Vooruitlopend hierop heeft de staatssecretaris de SVB verzocht om al vanaf 1 februari aanstaande te anticiperen op deze maatregel. Dit houdt in dat de SVB deze maatregel in de volle breedte en voor iedereen die daarvoor in aanmerking komt toepast, voorafgaand aan de periode waarop de wet formeel in werking is getreden.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Regels waardeoverdracht pensioenaanspraken worden eenvoudiger

In een brief aan de Tweede Kamer geeft staatssecretaris Jetta Klijnsma (SZW) aan dat zij van plan is om het huidige systeem van individuele waardeoverdracht van pensioenaanspraken te vereenvoudigen.

Individuele waardeoverdracht

Haar gedachten gaan daarbij uit naar een wijziging van het systeem van individuele waardeoverdracht waarbij niet de pensioenaanspraak wordt overgedragen, maar uitsluitend de waarde van de pensioenvoorziening. Tegelijkertijd wil Klijnsma bezien of het meer automatiseren van het proces van waardeoverdracht mogelijk is, waardoor waardeoverdracht efficiënter kan plaatsvinden.

Ter uitwerking van deze gedachten is wel nog nader onderzoek nodig. Dat onderzoek gaat Klijnsma in nauw overleg met de pensioensector uitvoeren.

Voorjaar 2014

De bewindsvrouw streeft er naar de Kamer in het voorjaar 2014 van de uitkomst van het onderzoek op de hoogte te stellen, evenals van het tijdstip waarop zij de beoogde wetswijziging tot aanpassing van het wettelijk systeem van waardeoverdracht bij de Kamer kan indienen.

De achtergrond van de aangekondigde wetswijziging is dat het bestaande systeem van waardeoverdracht, waarbij de pensioenaanspraken worden overdragen, voor de werknemer niet inzichtelijk is en dat zich bij de uitvoering van waardeoverdrachten problemen voordoen, waarbij de bijbetalingsproblematiek het meest opvallend is.

Download:

“Kamerbrief waardeoverdracht pensioenaanspraken”(PDF)

Bron: Elsevier Fiscaal

Collectieve pensioenregeling voor zzp-ers

De grootste belangenorganisaties van zelfstandigen gaan vorm geven aan een collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen. Belangrijk kenmerk van deze pensioenregeling is vrijwilligheid. Deelnemers kunnen zelf bepalen hoeveel ze periodiek inleggen. Dit mag ook flexibel, gezien de wisselende inkomsten van zzp-ers.

In het Pensioenakkoord van december jl. is afgesproken dat  het pensioenvermogen niet aangesproken hoeft te worden om in aanmerking te komen voor bijstand. In het overleg met de vertegenwoordigers van zelfstandigenorganisaties hebben de staatssecretarissen Weekers van Financiën en Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangegeven dat het kabinet dit initiatief van harte ondersteunt.

De ingelegde gelden worden collectief belegd en beheerd. Er is sprake van een van te voren bepaalde uitkeringsduur. De zelfstandigenorgansaties willen de regeling uit laten voeren door een beleggingsinstelling zonder winstoogmerk waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma heeft vandaag mede namens staatssecretaris Weekers hierover een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. De staatssecretarissen ontvingen vanochtend de zelstandigenorganisaties Stichting ZZP Nederland, Platform Zelfstandige Ondernemers, FNV Zelfstandigen, Zelfstandigen Bouw en VZZP.

Een en ander wordt in wetgeving verankerd en zal dan op 1 januari 2015 van start kunnen gaan.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

AOW-franchises per 1 januari 2014 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft de hoogte van de AOW-franchises per 1 januari 2014 gepubliceerd. Bij een pensioenregeling is de franchise dat deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd. Dit bedrag wordt van het salaris afgetrokken voordat de pensioenpremie berekend wordt.

Er wordt alleen premie betaald en pensioen opgebouwd over het deel van het salaris dat boven de franchise ligt.

Het afkoopbedrag kleine pensioenen voor 2014, als bedoeld in artikel 66 Pensioenwet, is vastgesteld op € 458,06.

Bron: Accountancy Nieuws

Bijna helft werknemers benut fiscale jaarruimte niet

Uit onderzoek van Delta Lloyd blijkt dat bijna de helft van de werknemers in Nederland de fiscale jaarruimte niet benut. Slechts 12% is bekend met fiscale jaarruimte. En 73% heeft geen idee wat de hoogte van hun inkomen is op 67-jarige leeftijd. Delta Lloyd adviseert werknemers om zich te verdiepen in hun pensioensituatie. Dit om financiële teleurstelling later te voorkomen.

Uit het onderzoek blijkt verder dat van de werknemers die na hun pensionering onvoldoende inkomen verwachten, 78% geen maatregelen heeft getroffen om hier iets aan te doen. 70% van hen heeft geen goed beeld van de mogelijkheden. De bekendheid van de fiscale jaarruimte is onder werknemers beperkt. Toch blijkt, na uitleg hierover, de interesse om het te gebruiken wel groot.

 
31% van de respondenten heeft een voorkeur om te sparen voor aanvullend pensioen in een deposito. Hierbij staat het geld voor een bepaalde periode van minimaal 1 jaar vast. 18% heeft een voorkeur voor een combinatie van sparen en beleggen. Het rendement en de betrouwbaarheid van zowel het fonds als de aanbieder spelen een belangrijke rol bij eventuele keuze voor een beleggingsfonds.

Bron: Pleinplus

Kabinet komt met nieuwe voorstellen voor hervorming pensioenopbouw

Het kabinet heeft met de fracties van VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en de SGP constructief overleg gevoerd over de hervorming van de fiscale behandeling van pensioenen. Op basis daarvan heeft het kabinet vandaag een brief met nieuwe voorstellen aan de Tweede Kamer gestuurd. Het kabinet komt tegemoet aan de bezwaren van in ieder geval de genoemde fracties op de eerdere pensioenvoorstellen. Het kabinet hoopt dat de parlementaire behandeling in de Tweede en Eerste Kamer voortvarend kan worden hervat.

De nieuwe voorstellen zorgen voor de noodzakelijke hervorming van de fiscale pensioenopbouw. Tegelijkertijd blijft de mogelijkheid tot opbouw van een adequaat pensioen behouden. Nu mensen langer werken, kunnen ze ook langer pensioen opbouwen. Hierdoor kan de jaarlijkse pensioenopbouw worden verminderd, met lagere premies tot gevolg. Deelnemers krijgen meer vrije bestedingsruimte voor eigen besparingen zoals aflossing op de hypotheek of consumptie. Deze bestedingsimpuls ondersteunt het economisch herstel.

In de nieuwe voorstellen blijft een versobering van de pensioenopbouw het uitgangspunt, maar wordt deze verzacht. Met ingang van 2015 geldt een opbouwpercentage van 1,875% (voor pensioen op basis van middelloon), in plaats van de voorgenomen 1,75%. Hiermee kan in 40 jaar werken een pensioen worden opgebouwd van 75% van het gemiddelde inkomen.

De aftopping van het pensioengevend inkomen blijft zoals in het oorspronkelijke voorstel en in lijn met het Sociaal Akkoord op €100.000. Voor mensen met inkomens die daarboven liggen, wordt het mogelijk gemaakt om op vrijwillige basis fiscaal vriendelijk bij te sparen uit het nettoloon.

Premiewaarborgen

Daarnaast voert het kabinet een aantal waarborgen in om te bereiken dat een lagere pensioenopbouw ook daadwerkelijk leidt tot een daling van de pensioenpremie. Deze premiewaarborgen borgen ook een evenwichtige belangenbehartiging van alle generaties. Zo zal De Nederlandsche Bank de bevoegdheid krijgen een generatie-evenwichtstoets uit te voeren of het besluit tot vaststelling van de premies in het belang van alle generaties tot stand is gekomen. DNB heeft vervolgens de mogelijkheid in te grijpen als dat niet het geval is. Daarnaast zet het kabinet er naar beste vermogen op in dat ook voor 2015 de versoberde pensioenopbouw geheel zal doorwerken in de ABP-premie.

Zzp’ers

Voor zzp’ers wordt de mogelijkheid tot pensioenopbouw versterkt. In navolging van de Begrotingsafspraken 2014 wordt momenteel de laatste hand gelegd aan een pensioenregeling voor zzp’ers. In aanvulling daarop neemt het kabinet maatregelen die ertoe leiden dat zzp’ers een adequaat pensioen kunnen opbouwen. Zo komt er een regeling die het pensioenvermogen beschermt in geval van een beroep op de bijstand.

Dialoog

Tot slot komt er in 2014 een brede dialoog over de toekomst van het pensioenstelsel en als onderdeel daarvan vraagt het kabinet de SER om advies. In deze dialoog wordt ook het voorstel van de Reformatorische Maatschappelijke Unie (RMU) om het werknemersdeel van de pensioenpremie te gebruiken voor een extra aflossing van de hypotheek betrokken. Indien mogelijk wordt dit op zo kort mogelijke termijn ingepast.

Dekking

Om de voorstellen financieel te dekken trekt het kabinet onder meer het wetsvoorstel tot invoering van de excedentregelingen in. Daarnaast gaat de leeftijdsgrens van de mobiliteitsbonus voor uitkeringsgerechtigden – passend bij de verhoging van de pensioenleeftijd en de sterk gestegen arbeidsparticipatie van deze groep – omhoog van 50 jaar naar 56 jaar. Hierbij worden bestaande rechten gerespecteerd. Ook wordt een deel van het budget dat bij de Begrotingsafspraken 2014 is vrij gemaakt voor lastenverlichting voor bedrijven ingezet. Tot slot wordt de btw-koepelvrijstelling voor pensioenuitvoering afgeschaft, aangezien deze juridisch niet langer houdbaar is.

 

Bron: Ministerie van Financiën